Het RIVM publiceerde een nieuwe kennisnotitie waarin is onderzocht of lokale verschillen in fijnstofconcentraties te zien zijn en geduid kunnen worden op basis van sensordata. Het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) gebruikte hiervoor sensordata van honderden sensoren uit het meetproject De Luchtclub in Rotterdam.  

Uit de analyse blijkt dat de sensoren grootschalige patronen van luchtkwaliteit goed kunnen meten en soms ook lokale verschillen laten zien. Het blijft echter lastig om specifieke bronnen van fijnstof betrouwbaar te kunnen aanwijzen omdat daarvoor nog informatie ontbreekt. Deze extra lokale informatie, denk bijvoorbeeld aan meldingen van geuroverlast of kennis van de lokale situatie, ligt vaak bij lokale partijen zoals bewoners. Het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) adviseert daarom om deze lokale partijen actief te betrekken bij dit soort meetprojecten, zodat zij de waardevolle aanvullende informatie kunnen leveren.

Figuur uit de kennisnotitie, waarin we voor verschillende uren ruimtelijke patronen in de PM2.5-concentratie (µg/m3) over Rotterdam zien. Zie voor meer informatie de kennisnotitie. 

In de kennisnotitie is onder andere gekeken naar de kwaliteit van de sensordata. Ook is onderzocht of er ruimtelijke verschillen in fijnstofconcentraties te zien zijn en of deze aan lokale bronnen toe te wijzen zijn. Ten slotte is onderzocht welke aanvullende informatie nog meer kan helpen bij dit soort onderzoeken.

Lees de kennisnotitie: Lokaal meten in en rondom Rotterdam. Welke kansen bieden fijnmazige sensornetwerken in het detecteren van lokale fijnstof?