Toen we als Samen Meten hoorden van het idee om fijnstofsensoren op een fiets te monteren, zagen we eerst vooral de nadelen. Want een fiets staat vooral stil op misschien een paar ritjes per dag na, dat is toch zonde van die sensorkit? En hoe kun je die (bewegende) gegevens gebruiken voor een kaart van Nederland? Dat is toch veel te veel werk? Maar zoals een bekend gezegde luidt: Elk nadeel heeft z’n voordeel. En dat bleek voor de snuffelfiets niet anders.
Elk nadeel…
Het nadeel dat die sensorkit niets doet zonder te fietsen was gelukkig oplosbaar. Door aanpassingen meet de sensorkit ook als deze opgeladen wordt. Deze verbetering leverde gelijk veel meer data waar het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) iets mee kan. Want data van sensorkits die stil hangen zijn namelijk goed vergelijkbaar met data van andere meetpunten. En daarmee kunnen we zien hoe plausibel de data zijn en kunnen we deze gebruiken om modelberekeningen gedetailleerder te maken.
De data van de bewegende fietsen was lastiger te beoordelen. Maar bij Samen Meten zijn we wel in voor een leuke uitdaging. Om te kijken wat er allemaal mogelijk was met de fietsmetingen, kwam Wouter zijn afstudeerstage bij ons doen. En dat ging best goed! Aan het einde van zijn stage lag er een mooi artikel (en hij kreeg meteen een baan bij Samen Meten!)
Wouter onderzocht dat veel fietsdata bij elkaar in een gebied, iets zegt over de blootstelling van de fietsers aan vervuiling. Op het kaartje hieronder kun je bijvoorbeeld zien op welke stukjes weg fijnstof door verkeer het meest overlast veroorzaakt. Dat is handig om te weten! Fietsers kunnen een schonere route kiezen, en beleidsmakers kunnen gericht de routes met de grootste vervuiling aanpakken.
Kortom, heel veel fietsdata is in een klein gebied, dat is hele nuttige data!
Kaart van Utrecht met daarop aangegeven op welke wegen er relatief hogere PM2.5 waardes zijn gemeten door Snuffelfietsers.
… heeft z’n voordeel
Maar er is meer! Gaandeweg kwamen we erachter dat het meten met een Snuffelfiets nog andere grote voordelen heeft. Want de fietser kan tijdens het meten kijken wat er in de omgeving gebeurt. Bijvoorbeeld als de sensor opeens hogere (of lagere) waarden aangeeft. Dat is belangrijke informatie om aan de metingen toe te voegen. Zo viel het GLOBE-leerlingen een keer op dat degene die het dichtst bij de provinciale weg reed net iets hogere fijnstof waarden aan het meten was dan degene die een meter verder van de weg af reed. Een meter afstand van de weg maakte dus al uit! Met deze informatie kan de provincie heel gericht rekening houden bij het aanleggen van een nieuwe weg. Natuurlijk is dit soort informatie ook wel te vinden in een wetenschappelijk rapport. Maar onderzoek van leerlingen die elke dag langs die weg naar school fietsen, dat maakt gewoon meer indruk!
Kortom, de data van de Snuffelfiets én het verhaal over de omstandigheden dat daarbij hoort, voegen echts iets nieuws toe. Wij horen graag de verhalen, maar vertel ze ook vooral aan de mensen van de gemeente of provincie!
Hoe meer snuffelfietsers hoe beter
Met individuele Snuffelfietsritten kan Samen Meten niet zoveel. Wij waren er niet bij, dus wij weten de bijzonderheden niet. Ook kunnen we in verband met privacyregels, geen individuele ritten laten zien op het Samen Meten-dataportaal. Maar al die metingen in een klein gebied en in korte tijd bij elkaar genomen, kunnen we wel gebruiken. We kunnen dan gaten op de fijnstofkaart invullen op die plekken waar geen huizen zijn maar wel wegen. Super interessant! Er komen steeds meer snuffelfietsers, en daarmee wordt hun bijdrage aan de Samen Meten-kaart steeds belangrijker.
Snuffelfietsdata op de Samen Meten kaart door “PM2.5 gemeten door fietsen” aan te vinken
Hoe komen snuffelfietsgegevens op het dataportaal?
De Samen Metenkaart PM2.5 heeft de mogelijkheid om “PM2.5 gemeten door fietsen” aan te vinken, zie rode cirkel. De vierkante blokjes die dan verschijnen zijn de fietsmetingen. Om die metingen te kunnen laten zien, moeten we nog wel een paar berekeningen uitvoeren. Eerst wordt Nederland in allemaal kleine vierkanten opgedeeld. Deze blokjes zijn allemaal 250 bij 250 meter. We noemen dit een gridcel. Daarna wordt onderzocht in welke gridcel de fietsmeting valt. Dat doen we aan de hand van de coördinaten van de meting. Als alle metingen van het afgelopen uur zijn ingedeeld, wordt voor elke gridcel onderzocht of er minstens 2 fietsmetingen zijn die hoger zijn dan 0,0 µg/m3. Bij negatieve waarden is er meestal iets mis. Ook mag het (relatieve) verschil tussen de metingen niet te groot zijn. Want welke is dan het meest betrouwbaar?
Een gridcel die aan deze voorwaarden voldoet wordt op de kaart weergegeven. De kleur geeft de hoogte van de gemeten fijnstofwaarde aan. Op die manier geven de snuffelfietsdata de Samen Meten kaart letterlijk en figuurlijk kleur. En het RIVM kan met de snuffelfietsen de fijnstofkaart nog gedetailleerder maken.
Kortom, het nadeel is zo een voordeel geworden. Ga er voor en Snuffelfiets de Samen Metenkaart maar vol!
De Samen Meten kaart met daarop fietsdata, andere sensordata en de berekende fijnstofkaart