Van 4 maart tot de avond van 10 maart 2026 registreerden de sensoren van burgerwetenschappers in Nederland opvallend hoge concentraties fijnstof (PM2,5). Deze gegevens zijn te bekijken op het platform Samen Meten. De pieken liepen op tot ver boven de 50 µg/m3 (zie Figuur 1). Maar wat veroorzaakte deze pieken? Kwamen deze door het Saharazand dat over Nederland trok, zoals ook in de media werd gezegd? Of speelde er iets anders?
De wolk van Saharazand was goed zichtbaar door de oranje gloed in de lucht. Maar zorgde het zand ook voor de gemeten pieken in de fijnstofconcentraties? Hoeveel van het Saharazand bereikte het aardoppervlak? En had het invloed op de gemeten fijnstofwaarden?
Figuur 1: De PM2.5-metingen van low-cost sensoren verspreid in Nederland (boven), en de tijdserie van deze metingen in Zaandam als voorbeeld (onder).
Wat zeggen de referentiemetingen?
De metingen van low-cost kunnen afwijken van de true-value. Ze kunnen bijvoorbeeld gevoelig zijn voor luchtvochtigheid. We wilden vaststellen of de pieken in PM2.5 de werkelijkheid goed weergeven en niet komen door bijvoorbeeld een mistbank. Daarom bekeken we de metingen van enkele referentiestations in Nederland. De tijdserie van het station in Zaandam (Wagenschotpad) staat hieronder afgebeeld (figuur 2 bovenste grafiek).
Saharazand bestaat voornamelijk uit de grovere fractie van fijnstof. Als de PM2,5 -pieken door het Saharazand komen, zou de PM10-concentratie nog verder omhoog moeten gaan. Kijken we ook naar de PM10-metingen van het station in Zaandam, zien we inderdaad dat er pieken tot bijna 70 ug/m3 voorkomen (zie figuur 2 onderste grafiek).
Figuur 2: Fijnstofmetingen (PM2.5: boven, PM10: onder) gemeten door de referentie-instrumenten op Zaandam-Wagenschoterpad.
Wat is de rol van Saharazand
Om te beoordelen of Saharazand verantwoordelijk was voor de fijnstofpieken, keken we naar de verhouding tussen PM2.5 en PM10. Deze verhouding geeft een indicatie van de herkomst van het fijnstof. Een verhouding van ongeveer 0,9 wijst vaak op fijnstof dat ontstaat door verbrandingsprocessen en/of Secundair Anorganisch Aerosol (SIA). Een verhouding van minder dan 0,3 duidt eerder op grovere deeltjes, zoals opwaaiend stof (bijvoorbeeld Saharazand). Uit de tijdserie van de officiële PM2,5- en PM10-metingen blijkt dat de verhouding rond de 0,9 lag. Dit betekent dat het fijnstof in dit geval voornamelijk uit kleinere deeltjes bestond en waarschijnlijk niet uit grof Saharazand.
Wat is SIA?
SIA staat voor Secundair Anorganisch Aerosol. Dit is een type fijnstof dat ontstaat door chemische reacties in de lucht. Het wordt gevormd uit gassen zoals ammoniak (NH₃), stikstofoxiden (NOₓ) en zwaveldioxide (SO₂). Deze gassen komen vrij door menselijke activiteiten, zoals landbouw, verkeer en industrie. Onder bepaalde omstandigheden – zoals kou en mist, reageren deze gassen. Dit gebeurde in de nacht van 6 op 7 maart. Door deze reacties ontstaan heel kleine deeltjes die samen SIA vormen.
De gesimuleerde bijdrage van zowel SIA als Dust staat ook op de Copernicus Atmosphere Monitoring Service: stof (Dust) en Secundair Anorganisch Aerosol (SIA). Daar kun je ook de grafieken voor weergeven door op de kaart te klikken:
Figuur 3: Tijdserie van de gesimuleerde bronbijdrage van Dust (boven) en SIA (onder) aan het oppervlak in Nederland
In de grafieken staat zowel voor Dust als voor SIA een gesimuleerde bijdrage aan de fijnstofconcentratie van ca. 30 ug/m3.
Conclusie
Er was inderdaad Saharazand boven Nederland aanwezig. Maar dit zand zat vooral hoog in de lucht op ongeveer 2 tot 3 kilometer boven het aardoppervlak. Dit is ook bevestigd door het (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut). Daarom is de conclusie dat de pieken in de fijnstofmetingen aan het oppervlak komen door een toename van SIA, en niet door het Saharazand.