Het burgermeetnet in Leusden meet fijnstof met drie verschillende soorten meetkastjes. Uit een analyse van de Werkgroep Fijnstof Leusden blijkt dat de meetresultaten van de meetkastjes soms verschillen. De betrokken vrijwilligers willen begrijpen waar de verschillen vandaan komen.
De Leusdense werkgroep bestaat al een paar jaar. De vrijwilligers zijn enthousiast bezig met een burgermeetnet voor fijnstof. In verhouding tot het aantal inwoners zijn er op dit moment in Leusden de meeste actieve fijnstofsensoren van heel Nederland.
Deze meetkastjes verschillen nogal. Vanaf 2020 hebben de fijnstofkastjes een SDS011- fijnstofsensor. Later kwamen er kastjes met een SPS30-sensor. In het afgelopen jaar zijn enkele kastjes uitgerust met een SEN5x-sensor. De meetgroep onderzocht de vraag: “Maakt het uit met welke sensor je meet?”
Metingen vergeleken
De werkgroep berekende de gemeten jaargemiddelde concentraties van PM2,5 voor elk type sensor. Ze deden dit voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Vervolgens vergeleken ze de jaargemiddelde concentraties van de sensoren met de jaargemiddelde waarden van de drie meetstations van het Landelijk meetnet Luchtkwaliteit in de buurt van Leusden (zie figuur 1).
Figuur 1: Jaargemiddelde gemeten concentraties van PM2,5 (Leusden: ongekalibreerde data, gemiddeld per sensortype over alle locaties in Leusden; Utrecht en Wekerom: LML meetdata van het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)).
Grote verschillen
Uit de vergelijking blijkt dat de SDS011-sensor gemiddeld aanzienlijke lagere waarden meet dan de LML-stations. Dit komt misschien doordat de sensoren verouderd zijn. Het verschil is namelijk opvallend groot, vindt ook het RIVM. De SPS30- en SEN5x-sensoren meten iets hogere jaargemiddelde concentraties of concentraties die overeenkomen met die van de LML-stations in de regio. In figuur 2 staan de maandwaarden voor het jaar 2025.
Figuur 2: Maandgemiddelde gemeten concentraties van PM2,5 (Leusden: ongekalibreerde data, gemiddeld per sensortype over alle locaties in Leusden; Utrecht en Wekerom: LML-meetdata van het RIVM).
Verklaring hogere waarden
Het valt op dat dat de SEN5x-sensor het hele jaar door een hogere waarde meet dan de LML-stations. Bij de SPS30-sensor lijken de verschillen tussen de metingen van de SPS30 en die van het LML afhankelijk te zijn van het seizoen. In de winter overschat de SPS30-sensor fors en in de zomer zijn de waarden vergelijkbaar met het LML. Het RIVM ziet dit ook in het landelijke beeld. Er kan een verband zijn met de hoogte van de concentraties: in de winter zijn de concentraties fijnstof hoger dan in de zomer. Het kan ook aan de weersomstandigheden liggen: in de winter is de temperatuur lager en de luchtvochtigheid hoger.
Invloed van behuizing op metingen
Een interessante waarneming komt uit de tuin van een deelnemer in Leusden. Deze deelnemer heeft ook een SPS30-sensor van het Meet je Stad-project. Deze geeft in de winter nog veel hogere waarden. Wellicht komt dat omdat de Meet je Stad-sensor een andere behuizing heeft en minder warmte produceert. Hierdoor verdampt er minder vocht die op of in de fijnstof zit.
Bijdragen aan beleid
De werkgroep heeft nog veel vragen waarop zij een antwoord wil vinden. Ook denken zij na over wat zij kunnen bijdragen aan het Leusdense beleid voor luchtkwaliteit. Daarom zoeken ze actief contact met de gemeente en gemeenteraad. Daarnaast ontwikkelt de werkgroep een les over fijnstof voor de Leusdense basisscholieren zodat kinderen zelf kunnen meten.
Vragen of ideeën?
Heb je vragen of heb je ook ideeën over waarom de meetresultaten zo verschillen per sensortype? Stel ze via: fijnstofmeter@osinit.nl