TNO doet net als het RIVM onderzoek naar luchtkwaliteit. Het wordt niet alleen gemeten maar ook berekend. TNO doet dat met het TOPAS (TNO Operational Pollution Apportionment Service Netherlands) systeem. Hiermee wordt gekeken naar de bronnen van de vervuiling. Dit is belangrijke informatie voor beleidsmakers omdat het helpt om effectieve maatregelen te bedenken om de lucht schoner te maken. Ook voor metingen op het Samen Meten dataportaal kan bekeken worden waar de fijnstof waarschijnlijk vandaan kwam.
Renske Timmermans is onderzoeker luchtkwaliteit bij TNO. Op 19 mei was ze te gast bij het Ichthus Lyceum in Driehuis voor het project Scholieren meten luchtkwaliteit, waarbij leerlingen de luchtkwaliteit onderzoeken met een Snuffelfiets en Palmes buisjes. Renske vertelde de leerlingen meer over luchtkwaliteit en fijnstof en over TOPAS. “Fijnstof kan uit allemaal verschillende stofjes bestaan, roet, zeezout en woestijnzand, maar ook uit nitraat en ammonium en nog veel meer. Verkeer, industrie en houtkachels stoten het direct uit. Scheikundige reacties in de lucht vormen daarnaast ook fijnstof. Met TOPAS volgen we de fijnstof vanaf de bron, via transport door de wind met alle chemische reacties tot de uiteindelijke concentratie op een locatie."
Herkomst bronnen in beeld
In onderstaand plaatje zie je een voorbeeld van wat TOPAS berekent voor een Hollandse Luchten meetpunt in de buurt van de school in april en begin mei. Op 4 mei zie je een voorbeeld voor een dag met veel wind van zee. De PM2.5 vervuiling wordt (zie bovenste paneel omcirkeld) vooral veroorzaakt door internationale scheepvaart, industrie, en het uitrijden en opslaan van mest. De bijdrage van vervuiling uit Nederland zelf en vanaf zee (vooral scheepvaart) zijn groot (zie onderste paneel).
Afbeelding 1 en 2: resultaten van het TOPAS systeem om te achterhalen waar de bronnen van vervuiling zitten voor een meetpunt in de buurt van Driehuis. Je ziet per balkje de fijnstofconcentraties (PM2.5) op dagen in april en mei 2026. De kleuren van de balkjes geven aan wat de herkomst is van de fijnstof, in het bovenste paneel uitgesplitst in bedrijfstakken en in het onderste paneel uitgesplitst naar locatie.
Op 8-9 april 2026 kwam de wind uit het Oosten, het plaatje ziet er dan heel anders uit. De belangrijkste bron is nu landbouw (bovenste paneel) en er komt een grote bijdrage uit Duitsland (onderste paneel).
Blij met Samen Meten
“Zo’n mooie vergelijking tussen een Samen Meten meting en ons model (LOTOS-EUROS met labelling) zien we lang niet overal”, vertelt Renske. “Voor ons is het nuttige informatie om te leren in wat voor situaties ons model het goed doet en waar het model moeite heeft met het representeren van de metingen. Dit kan aan verschillende dingen liggen zoals onzekerheden in het model, de invoergegevens van het model (emissies en meteorologie bijvoorbeeld) of aan de onzekerheden in de metingen. Zo kunnen wij continu onze modellen en de invoerdata verbeteren. Wij zijn dus heel blij met alle Samen Meten meetpunten!”
Meer informatie
Dit project wordt mogelijk gemaakt door GLOBE Nederland in samenwerking met Omgevingsdienst IJmond en het Schone Lucht Akkoord. Ook interesse om als gemeente, provincie of omgevingsdienst middelbare scholieren de mogelijkheid te bieden om zelf onderzoek te doen naar luchtkwaliteit? Leer meer op https://globenederland.nl/sla.
Wil je zelf ook eens kijken wat het TOPAS model oplevert kijk dan op TOPAS NL - Air Quality Modeling - TNO. De berekeningen maken gebruik van data van de Copernicus Atmospheric Monitoring Service (CAMS). Een deel van de ontwikkeling is uitgevoerd binnen het CAMS National Collaboration Programme in opdracht van het ECMWF, de uitvoerder van CAMS namens de Europese Unie.